Overslaan naar inhoud
Nederlands - Nederland
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Alarmcriteria instellen: gebied, geofence en sensoren

De criteria bepalen wanneer een alarm afgaat. Je kiest uit drie soorten: een gebied, een niet-geregistreerde chauffeur en sensoren. Combineer je meerdere criteria, dan moeten ze allemaal tegelijk gelden.

Gebied

Met een gebied bepaal je waar het alarm geldt: overal, of alleen binnen of buiten bepaalde locaties.

  1. Klik op het tabblad instellingen bij Gebied op Gebied instellen.
  2. Kies binnen of buiten.
  3. Kies Alle locaties of  Specifieke locaties en selecteer de locaties.
  4. Klik op opslaan.

Geofence: melding bij binnenkomen of verlaten

Stel je alleen een gebied in en geen andere criteria? Dan werkt het alarm als geofence. Je krijgt een melding zodra een voertuig de locatie binnenrijdt of verlaat. Omdat het om één moment gaat, krijgt dit alarm nooit de status opgelost (resolved).

Chauffeur niet geregistreerd

Zet het schuifje  Bestuurder niet geregistreerd aan als je een melding wilt wanneer er gereden wordt zonder dat een chauffeur zich heeft aangemeld.

Sensoren

Met sensoren krijg je een melding op basis van meetwaarden (zoals temperatuur, luchtvochtigheid, brandstof, AdBlue, accuspanning of gewicht) of een status (zoals deur open, contact aan of PTO).

  1. Klik op het tabblad instellingen bij Sensors op sensor toevoegen.
  2. Kies bij Selecteer sensor de sensor. Je ziet de sensoren met een herkenbare naam en eenheid, bijvoorbeeld Koel Compartiment.Temperature (°C).
  3. Stel de voorwaarde in, bijvoorbeeld groter dan 8.
  4. Klik op toevoegen. Herhaal dit voor extra sensoren.
  5. Klik op opslaan.

Staat een sensor er niet tussen? Dan is die sensor nog niet beschikbaar gemaakt voor alarmen. Neem contact op met de support van GPS-Buddy.

Tip: combineer een sensor met een gebied. Bijvoorbeeld: snelheid hoger dan 10 km/u én binnen een depot. Zo krijg je alleen een melding in de situatie die je zoekt.